Twee richtlijnen (1994/9/EG en 1999/92/EG) die zijn aangenomen in het kader van de eengemaakte markt en die van toepassing zijn sinds 1 juli 2003, streven ernaar om de wetgevingen van de lidstaten in het domein van risicopreventie met betrekking tot omgevingen waar ontploffingsgevaar kan heersen, onderling af te stemmen. De teksten omvatten een zeer ruim gebied, voor wat de veiligheid betreft in lokalen waar ontploffingsgevaar bestaat ; de elektrische veiligheid is daarvan slechts één aspect, ook alle andere ontstekingsbronnen behoren te worden beschouwd (vonken van mechanische oorsprong, hete oppervlakken, statische elektriciteit, magnetische straling , bliksem...).
De norm NBN EN 15198:2008 Methodiek voor de risicobeoordeling van niet-elektrisch materieel en onderdelen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, bepaalt de fundamentele methodologie die wordt gebruikt om de veiligheid te waarborgen van de toestellen die bedoeld zijn voor gebruik in dergelijke omgevingen. De bepalingen van deze Europese norm richten zich tot de ontwerper. De norm schrijft ook een strategie voor ten behoeve van de normalisatiewereld. Hij geeft aanwijzingen over de toe te passen procedure en vereiste informatie voor een beoordeling van het ontbrandingsrisico, met het oog op het ontwerp van de toestellen en onderdelen.
Verder geeft de NBN EN 15198:2008 ook advies over de besluitvorming met betrekking tot het indelen van de toestellen in categorieën, al verschaft hij geen middel waarmee de conformiteit van toestelcategorieën kan worden aangetoond.
De norm NBN EN 15233 :2008 Methodologie voor de functionele veiligheidsbeoordeling van beveiligingssystemen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, geeft richtlijnen in verband met de handelwijze en vereiste informatie voor het toepassen en de beoordeling van de functionele veiligheid bij het ontwerp van beveiligingssystemen. De norm is bedoeld als hulp voor de technische normalisatiecommissies die verantwoordelijk zijn voor specifieke families van beveiligingssystemen, bij het opstellen van veiligheidsnormen.
Het wordt aanbevolen dat dergelijke normen zo homogeen mogelijk zijn en de basisstructuur bezitten die in deze norm voor beoordeling van de functionele veiligheid is uiteengezet. Als er geen specifieke normen bestaan voor een bepaald beveiligingssysteem, krijgt de fabrikant de raad om deze norm te gebruiken om de functionele veiligheid van dit beveiligingssysteem te beoordelen. Binnen deze werkwijze moet met de volgende informatie rekening worden gehouden om te zorgen voor een toereikend niveau van functionele veiligheid : het verwachte gebruik, de mogelijke werkingsfouten, de betrouwbaarheid van de beveiligingssystemen, het redelijkerwijs te verwachten verkeerd gebruik.
Een toereikend niveau van functionele veiligheid wordt daarbij gekenmerkt door de volgende doelstellingen : het systeem kan de ontploffing doen stoppen vanaf het allereerste begin of de impact van een ontploffing tot een aanvaardbaar niveau beperken ; in geval van defecten, storingen en/of interferenties, blijft de werkingscapaciteit effectief door het gebruik van bijvoorbeeld faal-/storingveiligheid of redundantie. De NBN EN 15233 :2008 behandelt niet de identificatie van mogelijke ontstekingsbronnen.
Bestellingen
De normen NBN EN 15198:2008 en NBN EN 15233:2008 zijn verkrijgbaar bij onze dienst Belgische normen – e-mail : belgische.normen@nbn.be