Norm NBN EN 14033-4:2019

Spoorwegtoepassingen - Spoor - Constructie- en onderhoudsmachines op rails - Deel 4: Technische vereisten voor rijden, reizen en werken aan stadsspoor Deze titel is een machinevertaling van de oorspronkelijke Engelstalige titel Engelstalige pagina ).
Status
:
Actief
Publicatiedatum
:
2/2019
Talen
:
EN/FR/DE
ICS
:
45.120 Uitrusting voor spoorweg- en kabelbaanconstructies en onderhoud 93.100 Spoorwegbouw
Samenvatting :
1.1 Algemeen Dit document behandelt de technische vereisten om de specifieke spoorweggevaren van spoorweggebonden constructie- en onderhoudsmachines te minimaliseren - in het vervolg machines genoemd, bedoeld voor gebruik op stedelijke railsystemen. Deze gevaren kunnen zich voordoen tijdens de inbedrijfstelling, de bediening en het onderhoud van machines wanneer ze worden uitgevoerd in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant of zijn bevoegde vertegenwoordiger. De eisen in deze norm wijzigen die in EN 14033-1 tot -3 zoals vereist voor het gebruik van de machine op stedelijke railsystemen. Als een machine is ontworpen en bedoeld voor gebruik op hoofd- en stadsspoorsystemen, is naleving van de zwaarste voorwaarden van EN 14033-1 tot -3 en EN 14033-4 vereist. Dit document is niet van toepassing op het volgende: - eisen aan de kwaliteit van het werk of de prestaties van de machine; - machines die bewegen en werken terwijl ze niet op rails zijn; - specifieke eisen die door de machine-eigenaar en / of werkmaatschappij aan het gebruik van machines worden gesteld, waarover onderhandeld zal worden tussen de fabrikant en de Urban Rail Manager. Dit document bevat geen aanvullende vereisten voor het volgende: - bediening onderworpen aan speciale regels, b.v. potentieel explosieve atmosferen; - gevaren door natuurlijke oorzaken, b.v. aardbeving, bliksem, overstroming; - werkwijze; - gebruik onder zware werkomstandigheden waarvoor speciale maatregelen vereist zijn, b.v. in tunnels of stekken, extreme omgevingsomstandigheden zoals: vriestemperaturen, hoge temperaturen, corrosieve omgevingen, tropische omgevingen, vervuilende omgevingen, sterke magnetische velden; - gevaren die zich kunnen voordoen wanneer een machine wordt gebruikt om zwevende lasten te hanteren die vrij kunnen zwaaien. Andere spoorbouw- en onderhoudsmachines die op spoorlijnen worden gebruikt, worden behandeld in andere Europese normen, zie bijlage B. 1.2 Reikwijdte van stedelijke spoorwegsystemen Stedelijke spoorwegsystemen hebben betrekking op stedelijke geleide vervoerssystemen (UGT) en kunnen andere spoorwegsystemen omvatten die zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de interoperabiliteitsrichtlijn 2008/57 / EG (artikel 1.3, onder
a) en
b)) 1. Stedelijk geleide vervoerssystemen (UGT), die betrekking hebben op metro, tram en lightrail, worden gedefinieerd als openbaarvervoersystemen die permanent door ten minste één spoor worden geleid, bedoeld voor de exploitatie van lokale, stedelijke en voorstedelijke passagiersdiensten met zelfrijdende voertuigen en bediend al dan niet gescheiden van het algemene weg- en voetgangersverkeer. Categorieën van stedelijke spoorwegsystemen omvatten: - (I) Metro's: UGT-systemen werken op hun eigen voorrang en zijn gescheiden van het algemene weg- en voetgangersverkeer. Ze zijn daarom ontworpen voor gebruik in tunnels, viaducten of op maaiveld, maar met fysieke scheiding zodanig dat onbedoelde toegang niet mogelijk is. In verschillende delen van de wereld worden Metro-systemen ook wel de metro, de metro of de buis genoemd. Railsystemen met specifieke bouwproblemen die op een gescheiden geleidebaan werken (bijv. Monorail, tandradbane
n), worden ook behandeld als metro's, mits ze zijn aangewezen als onderdeel van het stedelijk openbaar vervoersnetwerk. - (II) Trams: UGT-systemen die niet gescheiden zijn van het algemene weg- en voetgangersverkeer, die hun voorrang delen met het algemene weg- en / of voetgangersverkeer en daarom zijn ingebed in hun relevante nationale wetgeving inzake wegverkeer (snelwegcodes en specifieke aanpassinge
n). - (III) Light Rail: Light Rail wordt gedefinieerd als een UGT-systeem dat wordt gebruikt in delen van het systeem die niet zijn gescheiden van het algemene weg- en voetgangersverkeer, en in delen van het systeem met gescheiden voorrang. De segregatie kan enkele lijngedeelten omvatten waar onbedoelde toegang niet mogelijk is. - (IV) Lokale spoorwegsystemen die bij nationaal besluit in overeenstemming met artikel 1, lid 3, onder
a) of
b), van Richtlijn 2008/57 / EG kunnen worden uitgesloten van het spoorwegsysteem van de Europese Gemeenschap. Deze tekst is een machinevertaling van de oorspronkelijke Engelstalige tekst Engelstalige pagina ).
Preview
Toevoegen aan winkelwagen
EUR 60.00 (excl. btw)
Kies je taal
Viewer title
...
Het NBN maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door verder te surfen, ga je akkoord met het gebruik van cookies zoals beschreven in de NBN-privacyverklaring.
Weigeren