Norm NBN EN 1991-1-4:2005

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4: Algemene belastingen - Windbelasting (+ AC:2010)
Status
:
Actief
Publicatiedatum
:
6/2005
Talen
:
EN/FR/NL
Aangepast door
:
ICS
:
91.010.30 Technische aspecten
Samenvatting :
(1) EN 1991-1-4 geeft richtlijnen voor het bepalen van de natuurlijke windbelasting voor het constructief ontwerp van gebouwen en civieltechnische werken voor elk van de te beschouwen vlakken. Dit omvat de volledige constructie of delen van de constructie of elementen verbonden aan de constructie, bijvoorbeeld onderdelen, gevelbekledingen en hun bevestigingen, veiligheidsschermen en geluidsschermen. (2) Dit deel is van toepassing voor: ' Gebouwen en civieltechnische werken met hoogtes tot 200 m. Zie ook (11). ' Bruggen met een overspanning niet groter dan 200 m, mits deze voldoen aan de criteria voor dynamische respons, zie (11) en 8.2. (3) Dit deel is bedoeld om de karakteristieke waarde voor de windbelasting te voorspellen op bouwwerken die op land zijn gebouwd, op hun onderdelen en op constructiedelen die aan het bouwwerk zijn bevestigd. (4) Bepaalde aspecten noodzakelijk voor het bepalen van windbelastingen op een constructie zijn afhankelijk van de locatie, beschikbaarheid en kwaliteit van meteorologische gegevens, het terreintype enzo. Deze gegevens moeten zijn opgenomen in de nationale bijlage en bijlage A, via de nationale keuze in opmerkingen in de tekst zoals aangegeven. Daar waar de nationale bijlage geen informatie levert zijn referentiewaarden en methodes gegeven in de hoofdtekst. (5) Bijlage A geeft illustraties van terreincategorie├źn en geeft regels voor de effecten van orografie met verplaatsingshoogte, ruwheidverandering, invloed van het landschap en invloed van omringende constructies. (6) Bijlagen B en C geven alternatieve procedures voor de berekening van de bouwwerkfactor cscd. (7) Bijlage D geeft cscd factoren voor verschillende constructietypen. (8) Bijlage E geeft regels voor wervelexcitatie en andere aero-elastische effecten. (9) Bijlage F geeft dynamische kenmerken van constructies met lineair gedrag. (10) Dit deel geeft geen richtlijnen voor het bepalen van lokale thermische effecten op de karakteristieke wind, zoals door sterke arctische thermische inversie, trechtervorming of tornado's. (11) Dit deel geeft geen richtlijnen voor de volgende aspecten: ' windbelasting op vakwerkmasten met niet-parallele staven; ' windbelasting op getuide masten en schoorstenen; ' torsietrillingen, bijvoorbeeld hoge gebouwen met een centrale kern; ' trillingen van brugdekken door dwarswindturbulentie; ' hang- en tuibruggen; ' trillingen waarbij naast de eerste trillingsvorm andere trillingsvormen van belang zijn.
OPMERKING 1 De nationale bijlage kan aanvullende richtlijnen geven voor deze onderwerpen.
OPMERKING 2 Voor windbelasting op getuide masten, schoorstenen en vakwerkmasten met niet-parallelle staven, zie EN 1993-3-1, bijlage A.
OPMERKING 3 Voor windbelasting op lichtmasten, zie EN 40.
Preview
Toevoegen aan winkelwagen
EUR 170.00 (excl. btw)
Kies je taal
Viewer title
...
Het NBN maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door verder te surfen, ga je akkoord met het gebruik van cookies zoals beschreven in de NBN-privacyverklaring.
Weigeren