
Normen klinken voor veel mensen als droge, technische afspraken die ergens in achterkamertjes worden vastgelegd. Maar wie luistert naar Jürgen Jung, manager materials testing bij Agfa, ontdekt al snel een ander verhaal. Normontwikkeling blijkt een levend proces te zijn, gedragen door internationale samenwerking, maatschappelijke evoluties en technologische doorbraken. In dit artikel, gebaseerd op een uitgebreid interview met Jürgen, krijg je inzicht in hoe normen ontstaan, waarom ze zo belangrijk zijn en wat deelname aan normontwikkeling jonge professionals oplevert.
Jürgen is fysicus van opleiding en werkt al meer dan twintig jaar bij Agfa. Hij begon zijn loopbaan in Leverkusen, in een periode waar zilverhalidefotografie nog een veelgebruikte techniek was. “Toch werd toen al duidelijk dat de analoge fotografie haar einde naderde”, vertelt hij. Digitale camera’s wonnen snel terrein zodra alle componenten – sensoren, batterijen, geheugen en datatransfer – voor eindgebruikers betaalbaar en betrouwbaar beschikbaar werden.
Hoewel fotografie digitaliseerde, bleven mensen beelden afdrukken. Digitale foto’s werden eerst belicht op klassiek fotopapier en later ook geprint via inkjet- en tonertechnologie. Toen Agfa het onderzoek naar zilverhalidefotografie in Leverkusen stopzette, verhuisde Jürgen naar de hoofdzetel van Agfa in Mortsel, waar hij zich bleef toeleggen op kleur- en beeldkwaliteit, maar dan voor nieuwe beeldvormende materialen. Tegelijk nam hij voor Agfa de rol van expert in de ISO TC42 werkgroep 'WG5 Image Permanence' op zich. “Zo ben ik de wereld van normontwikkeling ingerold.”

De expertise van Jürgen ligt in het karakteriseren en testen van materialen. Van bij het begin lag zijn focus op kleur- en beeldkwaliteit, en de stabiliteit ervan in de beoogde toepassing. Toen medische beeldcaptatie (Röntgen) de eerste digitale transitie heeft gemaakt, was er nood aan een nieuwe type van hardcopy prints voor medische beelden, die dezelfde look-and-feel als klassieke Röntgenfoto’s hadden, maar met een speciale thermische printer direct digitaal gedrukt konden worden, zodat er geen behoefte meer bestond, om het beeld op de Röntgenfilm nat-chemisch te ontwikkelen. De digitale medische print was voor de doctor nu praktisch zonder wachttijd voor de diagnose beschikbaar. “In dat domein zijn normen onmisbaar,” legt hij uit, “omdat het niet gaat over esthetiek, maar over diagnostische informatie.”
Een belangrijk aspect bij medische beelden is de archivering ervan, omdat ze om praktische en wettelijke redenen vaak twintig jaar of langer bewaard moeten blijven. Omdat we niet zo lang kunnen wachten om materialen te testen, worden versnelde laboratoriumtesten ontwikkeld. Die testmethoden worden vastgelegd in ISO-normen, zodat resultaten wereldwijd vergelijkbaar zijn.
In de loop van de jaren verbreedde Jürgens expertise zich naar stabiliteit van polymere materialen in de ruime zin: hoe reageren bv. digitale prints bij blootstelling buiten op bv. warmte, vocht, UV-straling of luchtpolluenten, zoals ozon: hoe verandert de kleur en de glans, of begint het gedrukte beeld naast fading ook craquelure te tonen of de adhesie ten opzicht van de onderlaag te verliezen?
In de context van foliën of polymere composietmaterialen, die Agfa bv. als voor functionele polymeren in regeneratieve energiesystemen heeft ontwikkeld, zoals backsheets in fotovoltaïsche modules en separatoren voor alkalische waterstofelektrolysers, kijkt Jürgen ook naar het behoud van de mechanische en functionele eigenschappen over tijd van het gebruik van deze materialen. De bijbehorende normen, die de vereisten voor een veilige constructie van fotovoltaïsche modules of waterstofelectrolysors bepalen, en waaronder ook de functionele polymere materialen vallen, zijn onmisbaar voor de technische vrijgave van deze producten door de belanghebbende instellingen. “Een brede kijk op materiaalgedrag is essentieel voor betrouwbare en duurzame technologie.”
Normen waken over de kwaliteit van materialen en bijgevolg over de veiligheid bij het gebruik ervan. Maar hoe komen die normen tot stand?
Normontwikkeling is een proces waarbij internationale afspraken worden gemaakt over kwaliteit, veiligheid, meetmethoden en terminologie. Dat gebeurt binnen organisaties zoals ISO en IEC, via technische commissies en werkgroepen. Deelname is vrijwillig, de werkgroepen zijn internationaal samengesteld en de besluiten worden genomen op basis van consensus.
Voor Jürgen is normontwikkeling allesbehalve abstract. “Technische experten zijn onmisbaar in normcommissies”, zegt hij. “Zij zorgen ervoor dat normen technisch correct, praktisch toepasbaar en toekomstgericht zijn.” Technologie verandert immers voortdurend, soms zelfs disruptief. Normen daarin moeten mee-evolueren.
Jürgen is actief in ISO TC 42, het technische commissie voor fotografie. Dat commissie, ooit begonnen met normen voor analoge beelden, buigt zich vandaag over een brede waaier aan digitale printtechnologieën. Jürgen richt zich op de stabiliteit en fysische eigenschappen van prints, zowel voor indoor- als outdoortoepassingen, van Sign & Display tot textiel en verkeersborden.
Omdat technologieën en toepassingen elkaar raken, werken technische commissies vaak samen in ‘joint working groups’. Dat vraagt overleg en afstemming, maar is ook boeiend. “Door die kruisbestuiving leer je enorm veel”, zegt Jürgen.
De samenstelling van technische commissies is divers en verenigt experten uit de industrie, onderzoeksinstellingen, testlaboratoria en universiteiten, verspreid over de hele wereld. De normontwikkeling zelf verloopt gestructureerd, in verschillende fases met werkdocumenten, commentaarrondes en stemmingen. Alles is vastgelegd in ISO-richtlijnen, met duidelijke timing en regels.
Normontwikkeling vraagt tijd, inzet en geduld. Voor een stuk is het een langeafstandsloop in een groep. Projecten lopen vaak twee tot vier jaar en het werk komt boven op je dagelijkse taken. In geval van face-to-face meetings zijn reizen noodzakelijk, of hoe langer hoe meer gaan meetings ook remote door, dan soms ook buiten de kantooruren, met tijdzones die in de éne of andere richting tot negen uur kunnen verschillen. Toch wegen de voordelen voor Jürgen ruimschoots op tegen deze bijkomende inspanningen.
“Je zit op de eerste rij bij technologieontwikkeling”, zegt hij. “Je leert hoe testmethoden worden opgezet, hoe consensus tot stand komt en hoe best practices worden gedefinieerd. Daarnaast ontwikkel je soft skills: vergaderingen leiden, argumenteren en onderhandelen, rekening houdend met culturele verschillen … En je maakt deel van een internationaal netwerk van experten die je anders nooit zou ontmoeten.”
Volgens Jürgen is normontwikkeling voor jonge ingenieurs een unieke leerschool. In het begin luister je vooral, maar gaandeweg kan je steeds meer bijdragen. “Als je werkgever bereid is om daarin te investeren, is dat enorm verrijkend voor je professionele ontwikkeling.”
Normontwikkeling is geen ver-van-mijn-bedshow. Het is een maatschappelijk relevant proces dat meebepaalt hoe technologie veilig, duurzaam en betrouwbaar wordt ingezet. Je ziet dat in de medische beeldvorming, maar ook in de groene energietransitie en last-but-not-least ook AI: normen volgen innovatie op de voet.
Jürgen is een fervent normontwikkelaar: “Hoe complex het soms ook lijkt, ik geloof dat het ISO-systeem de best mogelijke manier is om op internationaal niveau consensus te bereiken en best practices te garanderen. Normen bewegen mee met innovatie en maatschappelijke verandering, en bieden tegelijk houvast. Ze helpen de toekomst vorm te geven.
Voor hem is deelnemen aan normontwikkeling dan ook een duidelijke meerwaarde. “Ik kan het elke ambitieuze, enthousiaste en leergierige ingenieur aanraden.”
Wil jij ook weten hoe jij kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe normen?